Mijn radijzenparadijs
Vanmiddag was ik achter het huis van de zon aan het genieten en zag dat mijn kruidentuintje er nogal wild bij stond. Ik begon wat distels en paardebloemen uit de grond te trekken, tot ik ineens een wel heel apart soort onkruid in mijn hand had. Een knalrode knol met prikkelig groen loof. Radijs!
Enkele maanden geleden had ik op goed geluk een paar zaadjes in de grond gestopt, hoewel ik ervan uit ging dat het toch niks zou worden. Ik had immers geen groene vingers. Toen er na een week nog geen sprietje boven de grond was gekomen, heb ik er niet meer naar omgekeken. Niet bij stilgestaan dat ondertussen die kiempjes rustig doorgroeiden onder de grond, om pas vele weken later hun kop boven de klei te steken. Het is echt ongelooflijk wat er uit die paar kleine zaadjes gekomen is. Laat de radijsrecepten maar komen!
Had ik maar eerder geweten dat plantjes weinig onderscheid maken tussen beginnende en doorgewinterde tuiniers. Okay, ze doen vast beter hun best onder de liefhebbende zorg van een florafetisjist, maar toch. Je eigen kost kweken ligt voor iedereen binnen handbereik.
Maar waarom zou je? Er zijn winkels. Waarom zou je maanden wachten tot de bieten opkomen in je achtertuin als je het binnen tien minuten bij de supermarkt kunt halen? Zomaar een paar redenen: omdat het leuk, lekker, gezond en goedkoop is.
Vrij van bestrijdingsmiddelen en nog bomvol vitaminen, aangezien het niet dagen geleden uit Verweggistan is geëxporteerd. Vers uit de grond is dus echt gezonder. En laten we het milieu niet vergeten, want je bespaart meteen op transport en verpakkingsmateriaal. Daarnaast is het leuk om te zien hoe er uit slechts één zaadje een hele plant groeit. Hierdoor krijg je meer respect voor de natuur, zodat je in het algemeen meer gaat genieten van al het moois onder de zon. Het smaakt ook nog eens lekkerder en geeft voldoening. Bovendien is het heerlijk voordelig. Voor pakweg twee euro heb je bij de supermarkt een maaltje sugarsnaps (150gr), maar bij het tuincentrum koop je voor hetzelfde bedrag een zakje zaden dat je talloze planten oplevert, waar je ongeveer een tienvoudige hoeveelheid sugarsnaps vanaf haalt! En dit komt je vast bekend voor: je hebt eigenlijk geen zin om boodschappen te doen, zeker omdat je maar één artikel nodig hebt. Macaroni heb je al in huis, knoflook en ui ook, en in de koelkast ligt nog een paprika. Net een beetje te weinig om een smaakvolle maaltijd van te bereiden. Met je eigen moestuin(tje) is dat geen probleem. Pluk een paar tomaten, wat bieslook en basilicum en maak daar een lekkere pastasaus van, terwijl je nog even snel de keuken uit loopt om wat maggikruid en bleekselderij te plukken. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de medicinale werking van kruiden.
Toch had ik jarenlang excuses om niet te tuinieren. Geen tijd, geen geld, geen ruimte, geen expertise... Nu weet ik dat daar vaak wel een mouw aan te passen valt.
Met een achtertuin mag ik niet klagen, maar zelfs op een balkon is plek voor een minimoestuintje. Het is dan de uitdaging om de ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Denk aan hangende plantenbakken en een trapsgewijze opstelling voor de overige bakken. Ook hoeft dit niet veel te kosten. De kringloop heeft vaak een afdeling met tuinartikelen en zo niet, wees dan creatief. Een theepot of plastic krat kan toch ook prima dienstdoen als kweekbak? En begin gewoon met één zakje zaad en ruil daarvan een deel met buren of vrienden. Of koop een pot peterselie en steek daarvan een deel af om als stekje te ruilen. Zo heb je voor een paar euro verschillende gewassen. Geen groene vingers? Zie het als experiment. Hou je verwachtingen laag. Al valt de oogst tegen, dan heb je hoogstwaarschijnlijk de kosten er al uit. Je leert elke keer weer iets nieuws, zodat je het gaandeweg steeds beter kunt aanpakken. Een argument dat ik zelf nogal eens hanteerde was dat het niet de moeite waard zou zijn, omdat planten in de winter doodvriezen en dan alles voor niks is geweest. En ja, soms is dat ook wel zo. Maar een kruid als munt is niet kapot te krijgen. Het woekert als een gek en net wanneer je denkt dat het compleet is verwelkt, komt het in de lente weer tot bloei. Andere gewassen gaan wel dood, maar niet voordat je er ruimschoots van heb kunnen smikkelen. En tijd, ach, dat valt mee. Je helpt het proces een handje op weg en de natuur doet de rest.
Enthousiast aan het worden? Dan hier nog wat tips.
> Koop bij voorkeur biologische zaden, die zijn niet genetisch gemanipuleerd. Verkrijgbaar bij tuincentra en natuurwinkels.
> Begin simpel en kies kruiden met een hoge succesfactor, zoals munt en bieslook. Teleurstelling gegarandeerd met koriander.
> Noteer de globale zaai- en oogstperioden als geheugensteuntje in je agenda.
> Bescherm de gewassen tegen hongerige vogels met kippengaas of een net, of maak een vogelverschrikker van ritselend, fonkelend aluminiumfolie. Ga in geen geval aan de slag met gif.
> Bedenk vast wat je met de oogst zult doen, dit is een goede motivator. Van munt kun je thee zetten, maar het is ook lekker in salades. Bieslook, tijm en maggikruid doen het goed in soepen en sauzen en sla spreekt voor zich. Het wordt nog moeilijk kiezen tussen veldsla, eikenbladsla, rucola of rode sla.
Wanneer ik vanuit de achtertuin de keuken binnenkom, wordt het tijd voor creativiteit. Zo bewust als ik normaalgesproken bedenk wat ik ga eten, zo spontaan bieden mijn (oogstklare) radijzen zich aan. Wat in eerste instante een nadeel lijkt, blijkt dan juist een voordeel. Ik koop namelijk zelden radijzen, omdat ik geen idee heb wat ik ermee moet. Maar nu zijn ze er, dus ik zal iets moeten verzinnen. Bladerend door virtuele kookboeken zie ik iets veelbelovends: sinaasappelpartjes met flinterdun gesneden radijs, pijnboompitten, peper & zout. Een recept waar ik zonder die radijzen nooit zelf op gekomen was. Van het tuinieren heb ik trek gekregen, maar daar heeft de natuur al op gerekend. Als ik goed voor mijn tuin zorg, zorgt mijn tuin goed voor mij.
Vanmiddag was ik achter het huis van de zon aan het genieten en zag dat mijn kruidentuintje er nogal wild bij stond. Ik begon wat distels en paardebloemen uit de grond te trekken, tot ik ineens een wel heel apart soort onkruid in mijn hand had. Een knalrode knol met prikkelig groen loof. Radijs!
Enkele maanden geleden had ik op goed geluk een paar zaadjes in de grond gestopt, hoewel ik ervan uit ging dat het toch niks zou worden. Ik had immers geen groene vingers. Toen er na een week nog geen sprietje boven de grond was gekomen, heb ik er niet meer naar omgekeken. Niet bij stilgestaan dat ondertussen die kiempjes rustig doorgroeiden onder de grond, om pas vele weken later hun kop boven de klei te steken. Het is echt ongelooflijk wat er uit die paar kleine zaadjes gekomen is. Laat de radijsrecepten maar komen!
Had ik maar eerder geweten dat plantjes weinig onderscheid maken tussen beginnende en doorgewinterde tuiniers. Okay, ze doen vast beter hun best onder de liefhebbende zorg van een florafetisjist, maar toch. Je eigen kost kweken ligt voor iedereen binnen handbereik.
Maar waarom zou je? Er zijn winkels. Waarom zou je maanden wachten tot de bieten opkomen in je achtertuin als je het binnen tien minuten bij de supermarkt kunt halen? Zomaar een paar redenen: omdat het leuk, lekker, gezond en goedkoop is.
Vrij van bestrijdingsmiddelen en nog bomvol vitaminen, aangezien het niet dagen geleden uit Verweggistan is geëxporteerd. Vers uit de grond is dus echt gezonder. En laten we het milieu niet vergeten, want je bespaart meteen op transport en verpakkingsmateriaal. Daarnaast is het leuk om te zien hoe er uit slechts één zaadje een hele plant groeit. Hierdoor krijg je meer respect voor de natuur, zodat je in het algemeen meer gaat genieten van al het moois onder de zon. Het smaakt ook nog eens lekkerder en geeft voldoening. Bovendien is het heerlijk voordelig. Voor pakweg twee euro heb je bij de supermarkt een maaltje sugarsnaps (150gr), maar bij het tuincentrum koop je voor hetzelfde bedrag een zakje zaden dat je talloze planten oplevert, waar je ongeveer een tienvoudige hoeveelheid sugarsnaps vanaf haalt! En dit komt je vast bekend voor: je hebt eigenlijk geen zin om boodschappen te doen, zeker omdat je maar één artikel nodig hebt. Macaroni heb je al in huis, knoflook en ui ook, en in de koelkast ligt nog een paprika. Net een beetje te weinig om een smaakvolle maaltijd van te bereiden. Met je eigen moestuin(tje) is dat geen probleem. Pluk een paar tomaten, wat bieslook en basilicum en maak daar een lekkere pastasaus van, terwijl je nog even snel de keuken uit loopt om wat maggikruid en bleekselderij te plukken. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de medicinale werking van kruiden.
Toch had ik jarenlang excuses om niet te tuinieren. Geen tijd, geen geld, geen ruimte, geen expertise... Nu weet ik dat daar vaak wel een mouw aan te passen valt.
Met een achtertuin mag ik niet klagen, maar zelfs op een balkon is plek voor een minimoestuintje. Het is dan de uitdaging om de ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Denk aan hangende plantenbakken en een trapsgewijze opstelling voor de overige bakken. Ook hoeft dit niet veel te kosten. De kringloop heeft vaak een afdeling met tuinartikelen en zo niet, wees dan creatief. Een theepot of plastic krat kan toch ook prima dienstdoen als kweekbak? En begin gewoon met één zakje zaad en ruil daarvan een deel met buren of vrienden. Of koop een pot peterselie en steek daarvan een deel af om als stekje te ruilen. Zo heb je voor een paar euro verschillende gewassen. Geen groene vingers? Zie het als experiment. Hou je verwachtingen laag. Al valt de oogst tegen, dan heb je hoogstwaarschijnlijk de kosten er al uit. Je leert elke keer weer iets nieuws, zodat je het gaandeweg steeds beter kunt aanpakken. Een argument dat ik zelf nogal eens hanteerde was dat het niet de moeite waard zou zijn, omdat planten in de winter doodvriezen en dan alles voor niks is geweest. En ja, soms is dat ook wel zo. Maar een kruid als munt is niet kapot te krijgen. Het woekert als een gek en net wanneer je denkt dat het compleet is verwelkt, komt het in de lente weer tot bloei. Andere gewassen gaan wel dood, maar niet voordat je er ruimschoots van heb kunnen smikkelen. En tijd, ach, dat valt mee. Je helpt het proces een handje op weg en de natuur doet de rest.
Enthousiast aan het worden? Dan hier nog wat tips.
> Koop bij voorkeur biologische zaden, die zijn niet genetisch gemanipuleerd. Verkrijgbaar bij tuincentra en natuurwinkels.
> Begin simpel en kies kruiden met een hoge succesfactor, zoals munt en bieslook. Teleurstelling gegarandeerd met koriander.
> Noteer de globale zaai- en oogstperioden als geheugensteuntje in je agenda.
> Bescherm de gewassen tegen hongerige vogels met kippengaas of een net, of maak een vogelverschrikker van ritselend, fonkelend aluminiumfolie. Ga in geen geval aan de slag met gif.
> Bedenk vast wat je met de oogst zult doen, dit is een goede motivator. Van munt kun je thee zetten, maar het is ook lekker in salades. Bieslook, tijm en maggikruid doen het goed in soepen en sauzen en sla spreekt voor zich. Het wordt nog moeilijk kiezen tussen veldsla, eikenbladsla, rucola of rode sla.
Wanneer ik vanuit de achtertuin de keuken binnenkom, wordt het tijd voor creativiteit. Zo bewust als ik normaalgesproken bedenk wat ik ga eten, zo spontaan bieden mijn (oogstklare) radijzen zich aan. Wat in eerste instante een nadeel lijkt, blijkt dan juist een voordeel. Ik koop namelijk zelden radijzen, omdat ik geen idee heb wat ik ermee moet. Maar nu zijn ze er, dus ik zal iets moeten verzinnen. Bladerend door virtuele kookboeken zie ik iets veelbelovends: sinaasappelpartjes met flinterdun gesneden radijs, pijnboompitten, peper & zout. Een recept waar ik zonder die radijzen nooit zelf op gekomen was. Van het tuinieren heb ik trek gekregen, maar daar heeft de natuur al op gerekend. Als ik goed voor mijn tuin zorg, zorgt mijn tuin goed voor mij.













